|
Een blik onder de motorkap: waarom ChipSoft voor Delphi heeft gekozen
Sinds de overgang naar een Windows-interface is
Borland Delphi de voornaamste ontwikkeltaal binnen de R&D-afdeling van ChipSoft.
Aan deze keuze zijn enkele jaren van testen voorafgegaan, waarbij diverse andere
producten onderzocht zijn. Verschillende overwegingen hebben tot de keuze voor
Delphi geleid.
We
wilden allereerst een product gebruiken dat ons de garantie bood dat het CS-EZIS
zoals wij ons dat voorstelden op efficiënte wijze zou kunnen werken. Performance
is voor elk softwareproduct een zeer belangrijk kwaliteitscriterium, en voor een
data-intensief product als het CS-EZIS vereist dat efficiënte code. Borland
Delphi is gebaseerd op de C- en Pascal compilers van Borland, die sinds het
begin van de jaren tachtig een grote reputatie hebben. Aan de compiler wordt
door Borland voortdurend ontwikkeld, waardoor hij nog steeds als een van de
beste voor het Windows-platform geldt.
De keuze voor een ontwikkelplatform hangt ook samen met de keuze voor een
ontwikkelmodel. Het CS-EZIS is van begin af aan ontworpen als een multitier,
modulair en objectgeoriënteerd bouwwerk van afzonderlijke modules. Voor de
communicatie tussen deze afzonderlijke modules kwam eigenlijk alleen COM in
aanmerking. COM is een metataal voor programmaonderdelen waarmee deze elkaar
kunnen aanroepen en op elkaar kunnen reageren. COM wordt vanaf Windows 95
automatisch en gratis meegeleverd door Microsoft, en is standaard geïnstalleerd
op elke pc.
Bij onderzoek naar COM-integratie van de verschillende ontwikkeltools bleek
Delphi de meest elegante oplossing te bieden, beter dan de producten van
Microsoft zelf. De COM-interfacetaal is naadloos verwerkt in Delphi zelf,
waardoor onze objecten daadwerkelijk COM-objecten zijn en geen Delphi-objecten
met een 'COM-laag' eromheen.
De eis om objectgeoriënteerd te werken gold niet alleen voor de wijze waarop
de verschillende modules gepresenteerd worden, maar ook voor de wijze waarop zij
gemaakt zijn: ook intern dienen de modules objectgeoriënteerd ontworpen en
ontwikkeld te zijn. Dat vereist een taal die het objectgeoriënteerde
ontwikkelparadigma ondersteunt.
Delphi is gebaseerd op Pascal, een taal die niet objectgeoriënteerd is. De
taal waarin het geschreven is, Object Pascal, kan men echter zien als een
objectgeoriënteerde extensie van Pascal. Object Pascal verhoudt zich tot Pascal
als C++ tot C. Zowel Object Pascal als C++ dwingen de gebruiker niet om
objectgeoriënteerd te werken. Anders dan C++ is het in Object Pascal echter wel
mogelijk om puur objectgeoriënteerd te werken. Dat is te danken aan het hogere
abstractieniveau van het datamodel van Pascal.
Ten slotte heeft ChipSoft voor Delphi gekozen vanwege de productiviteit van
de ontwikkelomgeving. Softwareonderdelen zijn in de vorm van componenten direct
toegankelijk en herbruikbaar binnen de ontwikkelomgeving. Standaard is een groot
aantal componenten meegeleverd met Delphi. Omdat wij uitgaan van een door
onszelf ontworpen multitier ontwikkelmodel maken wij echter voornamelijk gebruik
van onze eigen componenten, die elk horen bij een bepaald niveau binnen ons
model.
Hoewel we nu al enkele jaren verder zijn, is Delphi voor ons nog steeds het
beste ontwikkelproduct. De belangrijkste nieuwe technologie die er de laatste
jaren bij is gekomen, is .Net van Microsoft, overigens ontworpen door dezelfde
man die eerder Delphi ontworpen had: Anders Hejlsberg. We zien in de toekomst
veel mogelijkheden voor .Net, maar voorzien op dit moment nog te veel problemen
voor een implementatie bij de klant. Inmiddels zijn we wel al bezig met de
voorbereidingen van een eventuele overgang naar .Net. Hierbij staan wij niet
alleen. De volgende versie van Delphi, die dit jaar nog uitkomt, is al ontworpen
voor .Net. Dit zal het mogelijk maken om van dezelfde code waarmee CS-EZIS
gemaakt wordt een CS-EZIS.net te maken.
|