De ChipSoft EPD-oplossingen:
pragmatisch generatiedenken
De laatste tijd bereikt ons
regelmatig de vraag onder welke
generatie ons EPD valt.
Vraagstellers doelen hierbij veelal
op de generaties van het EPD die het
grote onderzoeksbureau Gartner heeft
gedefinieerd. Inmiddels bestaat een
groot aantal Gartner-dialecten,
waarin de verschillende kenmerken
die Gartner in zijn indeling
onderscheidt een eigen invulling en
zwaarte hebben.
In
de definitie van Gartner is de
eerste generatie van het EPD een
zogenaamd informatief EPD waarmee
gekeken wordt naar de informatie die
is opgeslagen in het ZIS. Het tweede
generatie EPD laat zich kortweg
omschrijven als een registratief EPD:
binnen het EPD kan een beschrijving
van het medisch handelen
plaatsvinden. Het derde generatie
EPD kenmerkt zich door de integratie
tussen het EPD en het ZIS waarbij
vanuit het EPD het zorg(logistieke)
proces wordt aangestuurd.
Zoals onze klanten ervaren, is
ChipSoft vooral een pragmatisch
ingestelde leverancier, die met
grote toewijding voor iedere
zorginstelling een eigen
EPD-inrichting implementeert die het
beste aansluit bij de werkprocessen
van de zorginstelling in kwestie.
Ondanks deze - inmiddels 20 jaar
durende - pragmatische en
resultaatgerichte opstelling, schuwt
ChipSoft het theoretisch kader niet.
Zonder zich daarbij aan de
definitie van één specifieke
generatie te binden, hanteert
ChipSoft in de ontwikkeling van het
EPD de volgende uitgangspunten:
- Iedere zorgverlener heeft
een eigen informatiebehoefte en
een eigen rol in het
behandel-proces van een patiënt.
Het EPD moet voor alle, bij het
behandelproces van een patiënt
betrokken, zorgverleners
relevante informatie en
ondersteuning van het
behandelproces bieden. Dit stelt
hoge eisen aan de
configureerbaarheid en de
beheersbaarheid van het EPD.
- Er moet zowel
domeinspecifiek als generiek
kunnen worden gewerkt. De
gekozen werkwijze mag dit niet
belemmeren. Zo moet een dataset
met basisgegevens van een
patiënt (de minimale dataset)
uitgebouwd kunnen worden naar
meer specialistische
registraties. Ook moet het
mogelijk zijn om specifieke
registraties te promoveren naar
een minimale dataset. In de
praktijk blijkt het realiseren
van een domeinspecifiek EPD om
organisatorische (en politieke)
redenen eenvoudiger te zijn dan
het zorginstellingbreed starten
van een basis EPD. Reeds
opgebouwde specifieke
registraties moeten echter te
allen tijde overgenomen kunnen
worden in het basis EPD.
- Het EPD moet kunnen
meegroeien met een
zorginstelling en moet in staat
zijn om transmuraal ingezet te
worden.
- Het EPD moet
workflow-ondersteunend worden
ingezet. Het behandelproces van
een patiënt moet minimaal in het
EPD vastgelegd kunnen worden,
maar moet bij voorkeur ook
worden ondersteund door het EPD.
- Het EPD moet
sturingsinformatie kunnen geven
omtrent de juistheid van een
behandeling die voor een patiënt
is ingezet.

Toelichting afbeeldingen: op basis
van een diagnose wordt een aantal
losse acties of een volledig
geïntegreerd behandelplan uitgezet.
Ontwikkeling van CS-Zorgpad
Voortbordurend op deze laatste
twee punten: ChipSoft is bij de
ontwikkeling van de
EPD-functionaliteit van uitgegaan
dat volledige integratie tussen het
EPD en de zorglogistiek mogelijk
moet zijn. Vanuit het EPD moet het
volledige zorgtraject van de patiënt
ingezet en bewaakt kunnen worden.
Door registratie van zorglogistieke
handelingen vanuit het EPD mogelijk
te maken, en de registraties op een
logische manier de workflow binnen
het EPD te laten volgen, denkt
ChipSoft de registratiedrempel en
-druk voor de zorgverleners zo laag
mogelijk te houden.
ChipSoft signaleert een grote
behoefte om de handelingen die
worden uitgevoerd rondom een
patiënt, geprotocolleerd uit te
zetten middels voorgedefinieerde
behandelpaden. Alle uit te voeren
consulten, onderzoeken,
registraties, besprekingen, metingen
en andere acties rondom een patiënt
kunnen vooraf 'voorspeld' worden op
grond van de gestelde diagnose. Door
deze voorspellingen in een
behandelpad te vertalen kan, na het
vaststellen van de diagnose, met een
minimale inspanning de volledige bij
de diagnose behorende behandeling
worden geïnitieerd. Hierbij wordt
ook de zorg gedurende een opname
niet vergeten. Voor iedere opname
kunnen op grond van de
opnamediagnose per opnamedag de
verpleegkundige handelingen (zowel
de registraties als de interventies)
worden vastgesteld en automatisch
worden gepland in het behandeltracé.
Dit alles levert niet alleen
minder registratieve rompslomp op,
maar het zorgt er ook voor dat
behandelingen vroegtijdig worden
ingepland. Voordat de feitelijke
operatie bij een patiënt is
uitgevoerd, is bijvoorbeeld de
nacontrole op de polikliniek reeds
ingepland. En ditmaal op een
reguliere plaats in het
afspraakschema en niet bovenop de
planning. Ook zal ruim voor de
opname de benodigde zorgcapaciteit
op een afdeling kunnen worden
vastgesteld.

Voorbeeld ontwerp: geïntegreerd
zorgpad voor het gehele
behandelproject
We achten het van belang dat het
vroegtijdig geprotocolleerd
wegzetten van een behandeltraject
het mogelijk maakt om specifieke
gevallen af te zetten tegen de
gestelde norm. De norm betreffende
het aantal onderzoeken en
behandelingen, de wachttijden tussen
onderzoeken en de volledige
doorlooptijd van een ziektegeval
kunnen worden vastgesteld in het
behandeltracé. Vervolgens kan voor
individuele gevallen beoordeeld
worden in hoeverre is afgeweken van
de norm en in welk onderdeel van het
behandeltracé deze afwijking is
ontstaan.
Bovenstaande geschetste en door
ChipSoft reeds gerealiseerde
integratie tussen het EPD en de
zorglogistiek is wellicht op het
eerste gezicht alleen interessant
voor de diverse planners en
zorgmanagers in een zorginstelling.
De registratiedruk lijkt tenslotte
te verschuiven van de planafdelingen
naar de zorgverlener. Het biedt de
zorgverlener zelf echter ook vele
voordelen. Het gehele
behandeltraject wordt vroegtijdig
gepland, waardoor er minder uitloop
door planningsproblemen zal
optreden. Ook is het op ieder moment
inzichtelijk in welke fase van het
behandeltraject een patiënt zich
bevindt. Er is binnen het EPD immers
volledig inzicht in de status van
een patiënt: welke onderzoeken reeds
zijn uitgevoerd, wat de uitslag van
deze onderzoeken is en welke
onderzoeken nog moeten worden
uitgevoerd. Ook zal deze werkwijze
voorkomen dat onnodige onderzoeken
worden uitgevoerd, omdat bij het
aanvragen van een onderzoek er
direct inzage is in alle uitgevoerde
onderzoeken en de betreffende
uitslagen van deze onderzoeken. Met
het oog op de
DBC-declaratiesystematiek is dit een
direct te realiseren besparing.
Inmiddels werken zo'n twintig
zorginstellingen met een
registratief EPD van ChipSoft. Het
merendeel van deze zorginstellingen
is druk bezig met de verdere
implementatie van het
geprotocolleerd handelen aangestuurd
vanuit het EPD. We zijn dan ook van
mening dat ChipSoft één van de op
kop lopende leveranciers is, als het
gaat om het realiseren èn succesvol
implementeren van derde generatie
EPD's in Nederland. |