• Technologieën ontwikkelen zich in een sneltreinvaart. Maar ‘rijden’ we in de zorg wel de goede kant op? Wat kan er beter en efficiënter? En wat is daar voor nodig? Luc de Witte, hoogleraar Technologie in de zorg aan de Universiteit van Maastricht en Remko Nienhuis, Software Architect bij ChipSoft, vertellen over hun ervaringen en bevindingen met betrekking tot mHealth en eHealth.


    “Het wemelt momenteel van de apps waarvan je je vanuit de zorgoptiek kunt afvragen wat daar nou de toegevoegde waarde van is, behalve dat iemand het misschien leuk vindt.” Luc de Witte is helder als het over zijn vakgebied gaat. “Vaak kom ik dan tot de conclusie dat er meer vanuit de technologie wordt gedacht dan vanuit de zorg. Waarom moet je bepaalde toepassingen willen? Wat voegen ze toe? In het domein van mHealth en eHealth lijken die vragen nooit gesteld te worden.”

    1402_Mediair_07 

    Wat de hoogleraar betreft maakt de zorg ‘absoluut nog niet’ optimaal gebruik van de huidige technologische mogelijkheden. ”Waaraan dat ligt, is heel complex. Zodra het over zorg gaat, worden mensen een beetje krampachtig. Dan is iedereen bang voor privacy en allerlei zaken die in andere sectoren net zo goed aan de orde zijn. Dat soort mechanismen werkt remmend. Daarnaast zijn de benodigde financieringsstromen en regelgeving een belemmering. Software voor patiëntenzorg wordt al gauw gezien als een medisch hulpmiddel en moet dan aan allerlei criteria voldoen die het onnodig zwaar maken. Dat is niet altijd terecht. Het is dus een heel complex spel van factoren dat een barrière kan veroorzaken. Om het maar niet te hebben over de inzet van technologie voor werkprocessen waarvoor dat totaal niet zinvol is.”


    Nadenken over gebruiksscenario’s

    Met die laatste opmerking is Remko Nienhuis het roerend eens. “Tegenwoordig moet alles maar mobiel kunnen, terwijl sommige situaties zich daar totaal niet voor lenen. Een tablet voor de snijdend specialist op de OK… waarom? Dat is toch niet praktisch? Je moet nadenken over de gebruiksscenario’s en welk apparaat je op welk moment inzet. Vaak wordt gedacht dat technologie de oplossing voor alles is, maar dat is helemaal niet zo. Er worden óveral mobiele apps ontwikkeld die niet geïntegreerd zijn. Het is prachtig dat je een app hebt waarmee je metingen kunt invoeren, maar als je deze alsnog in het EPD moet invoeren, ben je onnodig dubbel werk aan het doen. Toch zie je overal ziekenhuizen die losstaande apps bouwen. Puur omdat ‘mobiel’ de hype is”, constateert Nienhuis.


    Eén geïntegreerde oplossing

    “Er is een geweldige versnippering in het aanbod”, valt Luc de Witte op. “Maar in het huidige tijdperk willen zorginstellingen geen oplossingen van zeven verschillende bedrijven, maar één geïntegreerde oplossing. Anders beginnen zij er niet aan. En terecht. Ik ben ervan overtuigd dat de tijd van mobiele devices aan het doorbreken is, want iedereen realiseert zich dat ze er wel iets mee moeten. Het is mijn taak om ontwikkelingen positief kritisch tegen het licht te houden en ik kom nu nog vaak tot de conclusie dat meer vanuit de technologie wordt gedacht dan vanuit zorgprocessen. Van veel van de zelfmetingen-apps zie ik de toegevoegde waarde niet in.”


    Arts heeft EPD nodig

    Software Architect Nienhuis vindt dat een app taakgericht moet zijn. “Een arts die visite loopt heeft meer dan een app nodig; hij heeft het hele EPD nodig. Als hij bij een patiënt staat en er is iets aan de hand, moet hij op basis van alle gegevens kunnen beslissen wat hij doet. Hij moet een labaanvraag kunnen doen, eventuele beelden kunnen opvragen en medicatie kunnen reguleren. In potentie gebruikt hij dus 100% van de functionaliteiten binnen HiX. Waarom zou je dan een app gaan maken die hetzelfde biedt? Dat is kolder. Voor die situaties gebruik je het héle EPD op een mobiel device, geen app.”

    “Voor andere zorgverleners ligt dat soms anders”, meent Nienhuis. “Een verpleegkundige neemt bijvoorbeeld weleens bij 30 patiënten dezelfde metingen af. Dan is een app weer handig en gaan wij nadenken welk device daarbij prettig is. En dan kom je bij de smartphone terecht. Wij denken eerst aan het werkproces en dan pas aan de technologische invulling. Is een app handig, dan biedt ChipSoft met HiX een platform waarmee voor die taken gemakkelijk en snel volledig geïntegreerde apps kunnen worden ingericht.”


    Platform voor alle devices

    Nienhuis noemt de valkuilen waarin menig ziekenhuis is gevallen, toen zij zelf apps wilden ontwikkelen. “Zij liepen keihard tegen integratie- en beveiligingsproblemen aan. ‘Iedere app moet beveiligd worden en ‘gekoppeld’ worden aan het EPD en/of ZIS. Dat vraagt een aanzienlijke en blijvende inspanning.. Als je 100 losse apps hebt, moet je dat 100 keer opnieuw beveiligen en integreren. Wij bieden met HiX een platform dat door alle devices kan worden benaderd en functionaliteiten aanbiedt aan de hand van het device dat HiX bevraagt. Dat kan een vaste pc zijn, maar ook de nieuwste tablets, smart-tv’s of smartphones. Daarbij speelt HiX optimaal in op de situatie en de behoeften van de zorgprofessional.”

    1402_Mediair_08 

    Software Architect Remko Nienhuis


    Doorbraak mHealth

    Volgens Nienhuis duurt het niet lang meer voor ziekenhuizen mHealth op grote schaal inzetten. “Ik denk een jaar of twee tot vijf. Er moeten pioniers zijn die aantonen dat het werkt. Ik denk dat de manier waarop het UMC Utrecht hiermee bezig is dé manier is waarop het moet. Als je net als hen goed weet te onderscheiden welke processen zich bij uitstek lenen voor welk soort ondersteuning - en je hebt de resources én het juiste platform om dat te realiseren - kan het snel gaan.”


    Grootschalige inzet van eHealth

    De ontwikkelingen omtrent mHealth gaan voor een deel hand in hand met de ontwikkelingen rondom eHealth. Van dat laatste concept verwacht hoogleraar De Witte dat er snel grote stappen worden gemaakt. “Ik spreek veel bestuurders in de zorg. Zij realiseren zich dat zij iets moeten en dat de manier waarop het nu georganiseerd is – een beetje ieder voor zich, zowel bij de zorgaanbieders als bij de technologieaanbieders – niet goed is. Ik zie initiatieven van partijen die gezamenlijk willen optrekken. Als dat gebeurt en je haalt een zekere schaal, kan het snel gaan. Maar er moet nog wel wat gebeuren: er moeten financieringsstromen komen en bedrijven die eHealth aanbieden moeten inzien dat zij niet, zoals nu, ‘naast elkaar’ moeten werken. Om een voorbeeld te geven: in de regio Maastricht hebben wij onderzocht wat er gebeurt op het gebied van beeldzorg. In de laatste twee jaar hebben wij in een straal van tien kilometer acht soortgelijke projecten geïdentificeerd die allemaal werkten met andere techniekaanbieders en andere infrastructuren. Dat wordt dus niks. Daar hoef je niet voor gestudeerd te hebben.”


    Rol voor de overheid

    Bij die organisatie ziet De Witte geen dominante rol voor de overheid. Wél bij de facilitering ervan. “En dan met name in de financieringssfeer”, aldus De Witte. “Maar het is in Nederland vrij complex: we willen marktwerking in de zorg, maar mogen niet samenwerken. Dat is paradoxaal. Wil je in een regio iets van de grond krijgen, dan moét je wel samenwerken. Dan moet je als zorginstellingen kunnen zeggen: wij kiezen met z’n tienen voor oplossing X van bedrijf X. Want alleen dan bereik je de schaal die nodig is om het tot een succes te maken. De overheid is in staat om dat middels financieringsstructuren te faciliteren, maar dat hapert. De financieringmodellen hiervoor ontbreken. Overigens hebben de zorgverzekeraars hier ook een soort dubbelrol in. Zij roepen aan de ene kant dat het moet, maar vervolgens regelen ze niks.”


    Aantrekkelijker voor patiënten

    Al met al hebben de ontwikkelingen volgens beide heren nog wat tijd nodig. Van online afspraken maken werd een jaar of tien geleden ook gezegd dat het nooit zou gaan werken. Nu is dat dat vrij normaal geworden. Nienhuis: “Dat komt omdat dit een oplossing is waarvan alle betrokken partijen de voordelen inzien. Voor een patiënt is het fijn, want die hoeft niet te bellen en komt dus ook niet in de wacht te staan. En het voordeel van de organisaties is dat zij efficiënter werken. Op gebieden waar het een win-win oplevert, groeit eHealth het eerst. Voor overige gebieden heeft het meer tijd nodig. Daar speelt de psychologische factor ook een flinke rol in. Je moet het voor patiënten aantrekkelijk maken. De technologie is er. Wij zijn er klaar voor als dat gebeurt en hebben als voordeel dat wij gebruikmaken van de modernste technologieën.”


    Zinvolle toepassingen

    “De technologische ontwikkeling gaat onverminderd voort”, voorspelt Luc de Witte. “Alles moet kleiner, makkelijker en slimmer. Een andere lijn waarvan je nog niet al teveel hoort, maar waar ik heel veel van verwacht, is robotica. Daarin wordt momenteel ongelooflijk veel geld geïnvesteerd. Er zijn heel veel toepassingen die nu nog vrij experimenteel zijn, maar ik verwacht daar tussen vijf en tien jaar heel veel van terug te zien in de zorg. Momenteel wordt erg veel onderzoek gedaan naar service robots, die bij mensen in huis rondrijden en allerlei hand- en spandiensten verricht. Ze zijn nog niet marktklaar maar op universiteiten lopen zeker zes, zeven van dit soort projecten. Het zit eraan te komen. Het is alleen de kunst om zinvolle toepassingen te maken, zodat het niet leidt tot kostenverhogingen, maar tot kwaliteitsverbetering. Dat geldt voor robotica, maar ook voor eHealth en mHealth”, besluit De Witte.

    1402_Mediair_09 

    Luc de witte, hoogleraar Technologie in de Zorg


    Meer weten?

    Voor meer informatie kunt u contact opnemen met communicatie@chipsoft.nl

Kan ik u helpen?

. . .
De chat is beëindigd